De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een ondertoezichtstelling van een minderjarige vanwege ernstige zorgen over diens sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling. Deze zorgen zijn het gevolg van huiselijk geweld, ouderproblematiek en een langdurig conflict tussen de ouders, wat de minderjarige onrust en onvoorspelbaarheid bezorgt.
Tijdens de zitting, die plaatsvond met gesloten deuren, ondersteunde de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming het verzoek. De moeder stond achter een ondertoezichtstelling maar pleitte voor een kortere duur van zes maanden om tussentijds de situatie te kunnen evalueren. De vader erkende de noodzaak van hulp, maar betwistte de juistheid van het rapport en stond niet open voor individuele hulpverlening.
De kinderrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Gezien de situatie werd besloten de ondertoezichtstelling te beperken tot zes maanden, met een pro forma zitting gepland op 1 maart 2026 om de voortgang te beoordelen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.