Op 30 januari 2023 vond in en rondom een horecagelegenheid te Rotterdam een incident plaats waarbij verdachte en medeverdachte betrokken waren bij geweldshandelingen tegen een aangever. De verdachte maakte met een bezem twee slaande bewegingen richting de aangever, wat voldoende is voor bewezenverklaring van openlijke geweldpleging in vereniging.
De verdediging voerde een beroep op noodweer en subsidiar een beroep op noodweerexces. De rechtbank oordeelde dat verdachte zich in een noodweersituatie bevond vanwege een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, maar dat hij de grenzen van noodzakelijke verdediging overschreed door twee maal met de bezem te slaan. Vervolgens werd het beroep op noodweerexces gehonoreerd omdat de verdachte handelde onder invloed van een hevige gemoedsbeweging.
De rechtbank verklaarde de verdachte niet strafbaar en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat geen straf of maatregel werd opgelegd aan verdachte. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de procedure.