ECLI:NL:RBROT:2025:11590

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 september 2025
Publicatiedatum
3 oktober 2025
Zaaknummer
10-158600-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 3 Politiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietige dagvaarding wegens onjuiste betekening in zaak verkeersongeval met letsel en alcoholgebruik

Op 17 september 2025 heeft de rechtbank Rotterdam de dagvaarding tegen verdachte nietig verklaard omdat deze niet op de wettelijk voorgeschreven wijze aan hem is betekend. Verdachte is niet verschenen op de terechtzitting.

De tenlastelegging betreft een verkeersongeval op 11 mei 2024 te Barendrecht waarbij verdachte als bestuurder van een motorrijtuig en bedrijfsauto roekeloos en onvoorzichtig zou hebben gereden, met een snelheid van circa 140 km/u waar 80 km/u werd geadviseerd, over een doorgetrokken streep is gereden, en de controle over het voertuig verloor. Dit leidde tot een botsing met een Mitsubishi, bestuurd door een ander, waarbij een passagier ernstig letsel opliep.

Daarnaast wordt verdachte verweten onder invloed van alcohol te hebben gereden met een ademalcoholgehalte van 405 microgram per liter uitgeademde lucht, ruim boven de wettelijke limiet. Tevens wordt hem belemmering van ambtenaren ten laste gelegd doordat hij zich bemoeide met de verzorging van een kind door ambulancepersoneel en niet gehoor gaf aan vorderingen van opsporingsambtenaren.

De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding nietig is wegens onjuiste betekening en verklaart deze nietig. De voorzitter en een rechter konden het vonnis niet medeondertekenen.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan verdachte die niet is verschenen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10-158600-24
Datum uitspraak: 17 september 2025
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1992,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode 1] [plaats] ,
feitelijk verblijvende aan [adres 2] , [postcode 2] te [plaats] ,

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 september 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Geldigheid dagvaarding

3.1
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig is.
3.2
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend. De verdachte is ook niet ter terechtzitting verschenen. De dagvaarding is daarom nietig.

4.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

5.Beslissing

De rechtbank:
verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. M.J.M van Beckhoven en P. Uijtdewillegen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij op 11 mei 2024 te Barendrecht
als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede
rijdende over de weg, Rijksweg A29 (uitvoegstrook vanaf de A29 naar de AIS) zich
zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk,
onvoorzichtig en/ of onoplettend,
welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- met een snelheid van 140 km/u, althans met een (veel) hogere snelheid dan het
advies snelheid van 80 km/u heeft gereden, en/of
- over de doorgetrokken streep heeft gereden en/of
- zijn voertuig in een slip is geraakt en/of
- de controle over zijn motorrijtuig heeft verloren en/ of niet in staat was het verloop
van de weg te volgen en/of
-in een dwarsslip is geraakt en/of
- niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/ of zijn motorrijtuig tot
stilstand te brengen en/of daarmee voldoende afstand te bewaren, waardoor hij,
verdachte, in botsing is gekomen met een ander motorvoertuig (Mitsubishi,
bestuurd door [slachtoffer 1] ) waardoor het motorvoertuig van die [slachtoffer 1]
(meermalen) over de kop is geslagen,
waardoor een ander, te weten een passagier van die Mitsubishi genaamd [slachtoffer 2]
zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, te weten een verschoven rugwervel,
ongelijke schouders en PTTS, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat
daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale
bezigheden is ontstaan,
-zulks terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste
of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 mei 2024 te Barendrecht
als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg,
Rijksweg A29 (uitvoegstrook vanaf de A29 naar de AIS),
welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- met een snelheid van 140 km/u, althans met een (veel) hogere snelheid dan het
advies snelheid van 80 km/u heeft gereden, en/of
- over de doorgetrokken streep heeft gereden en/of
- zijn voertuig in een slip is geraakt en/of
- de controle over zijn motorrijtuig heeft verloren en / of niet in staat was het verloop
van de weg te volgen en/of
-in een dwarsslip is geraakt en/of
- niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en / of zijn motorrijtuig tot
stilstand te brengen en/of daarmee voldoende afstand te bewaren, waardoor hij,
verdachte, in botsing is gekomen met een ander motorvoertuig (Mitsubishi,
bestuurd door [slachtoffer 1] ) waardoor het motorvoertuig van die [slachtoffer 1]
(meermalen) over de kop is geslagen,
ten gevolge waarvan hij, verdachte, tegen die personenauto is gebotst, waardoor
een ander te weten een passagier van die Mitsubishi genaamd [slachtoffer 2] (zwaar)
lichamelijk letsel heeft bekomen,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/ of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
2.
hij op of omstreeks 11 mei 2024 te Barendrecht
als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg,
Rijksweg A29 (uitvoegstrook vanaf de A29 naar de AIS),
welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- met een snelheid van 140 km/u, althans met een (veel) hogere snelheid dan het
advies snelheid van 80 km/u heeft gereden, en/of
- over de doorgetrokken streep heeft gereden en/ of
- zijn voertuig in een slip is geraakt en/of
- de controle over zijn motorrijtuig heeft verloren en/ of niet in staat was het verloop
van de weg te volgen en/of
-in een dwarsslip is geraakt en/of
- niet, althans niet tijdig en/ of voldoende af te remmen en / of zijn motorrijtuig tot
stilstand te brengen en/of daarmee voldoende afstand te bewaren, waardoor hij,
verdachte, in botsing is gekomen met een ander motorvoertuig (Mitsubishi,
bestuurd door [slachtoffer 1] ) waardoor het motorvoertuig van die [slachtoffer 1]
(meermalen) over de kop is geslagen,
ten gevolge waarvan hij, verdachte, tegen die personenauto is gebotst, waardoor
een ander (genaamd die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , verdachtes vier dochters te weten
[slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7]
) (zwaar) lichamelijk letsel heeft bekomen,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/ of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
3.
hij op 11 mei 2024 te Barendrecht,
als bestuurder van een motorrijtuig, (bedrijfsauto), dit voertuig heeft bestuurd, na
zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij
een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de
Wegenverkeerswet 1994, 405 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram,
alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn
4.
hij op 11 mei 2024 te Barendrecht
opzettelijk
enige handeling,
gedaan door een ambtenaar, [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] beide werkzaam als
hoofdagent bij de eenheid Rotterdam en/of tot nu onbekend gebleven ambulance
medewerkers,
belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd
verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten,
ondernomen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift, te weten artikel 3
politiewet, assitentie verlenen bij een verkeersongeval,
heeft belet, belemmerd en/of verijdeld,
door
-zich (vervolgens) woordelijk en/ of verbaal met de verzorging door
ambulancemedewerkers van één van zijn kinderen te bemoeien en/of
-één of meermalen zijn kind uit de ambulance probeerde te trekken en/of
-dicht voor die opsporingsambtenaar te gaan staan en/of
-(vervolgens) geen gehoor te geven aan de (herhaalde) vordering van die
opsporingsambtena(a)r(en) om op afstand te blijven;