Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 februari 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akte van [eiseres] , met bijlagen;
- de ter zitting overgelegde specificatie.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde wegens een aanzienlijke huurachterstand. Gedaagde huurt een woning met een maandelijkse huur van €640,96 en heeft een achterstand opgebouwd van €3.456,45. De kantonrechter oordeelt dat deze achterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, mede omdat gedaagde de huur niet tijdig heeft voldaan ondanks erkenning van de schuld.
Eiseres erkent dat er drie jaar geleden een langdurige renovatie heeft plaatsgevonden, maar stelt dat gedaagde destijds compensatie heeft ontvangen en dat er geen sprake is van een gebrek dat rechtvaardigt dat de huur niet betaald wordt. Gedaagde heeft geen onderbouwing gegeven voor het opschorten van de huurbetaling.
De kantonrechter ontbindt de huurovereenkomst op grond van artikel 6:265 BW Pro en veroordeelt gedaagde tot betaling van de huurachterstand, incassokosten (€563,19), wettelijke rente, en een gebruiksvergoeding van €640,96 per maand tot de ontruiming. Gedaagde moet de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis ontruimen. De proceskosten van €1.336,45 komen eveneens voor rekening van gedaagde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, rente, gebruiksvergoeding en ontruiming binnen veertien dagen.