Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoekster] , met bijlagen;
- het verweerschrift van [verweerster] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak verzoekt de werkgever de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Beide partijen erkennen dat de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat samenwerking niet langer mogelijk is. De werkgever stelt dat de verstoring niet aan de werknemer te wijten is en dat herplaatsing binnen de organisatie niet mogelijk is.
De kantonrechter stelt vast dat er een redelijke grond is voor ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 1 en Pro 3 onder g BW, en dat het opzegverbod niet aan de ontbinding in de weg staat gezien de omstandigheden die het belang van de werknemer dienen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 oktober 2025.
Verder veroordeelt de kantonrechter de werkgever tot betaling van een beëindigingsvergoeding van €6.000,- bruto, waarin de transitievergoeding is inbegrepen. De proceskosten worden door beide partijen ieder voor eigen rekening gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2025 en de werkgever moet een beëindigingsvergoeding van €6.000,- bruto betalen.