Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om Mobility Centre Holland Rental B.V. te dwingen in te stemmen met een schuldregeling die door verzoeker is aangeboden. Mobility, een schuldeiser met een vordering van €7.064,13, stemde niet in met het akkoord, terwijl zeven andere schuldeisers wel akkoord gingen.
De rechtbank stelt vast dat Mobility slechts een gering aandeel heeft in de totale schuldenlast van verzoeker en dat het akkoord is getoetst door een onafhankelijke partij, Geldplein. Verzoeker kampt met medische problemen en is vrijgesteld van arbeidsverplichting, waardoor hij geen hogere afloscapaciteit kan bieden.
De rechtbank concludeert dat het aangeboden akkoord het uiterste is wat verzoeker kan bieden en dat het belang van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder weegt dan dat van Mobility. Daarom wordt Mobility bevolen in te stemmen met de schuldregeling. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
De rechtbank veroordeelt Mobility in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het vonnis is gewezen door rechter B.J. Tideman en griffier C. Hulsegge op 19 september 2025.