Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 23 april 2024, met bijlagen 1 tot en met 16;
- het bevoegdheidsincident;
- het antwoord in incident;
- het vonnis in incident;
- het antwoord in de hoofdzaak, met bijlagen 1 tot en met 4.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen een aannemer en een Vereniging van Eigenaars (VvE) over de vraag of een aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen na instemming door de voorzitter van de VvE met een offerte voor spouwmuurisolatie ter waarde van ruim €60.000. De aannemer vordert betaling van annuleringskosten van 25% van de aanneemsom.
Feitelijk heeft de toenmalig voorzitter van de VvE telefonisch akkoord gegeven en een offerte digitaal ondertekend, maar de VvE stelt dat deze voorzitter niet bevoegd was om namens de VvE een overeenkomst aan te gaan voor een dergelijk bedrag. De rechtbank stelt vast dat de bevoegdheid van het bestuur beperkt is door het Modelreglement en dat voor kosten boven €2.268 de vergadering van eigenaars moet instemmen. Een dergelijk besluit is niet genomen.
De aannemer had volgens de rechtbank onderzoek moeten doen naar de bevoegdheden van de voorzitter, bijvoorbeeld via het handelsregister en de Akte van oprichting, en had niet mogen vertrouwen op de bevoegdheid van de voorzitter. Omdat geen geldige overeenkomst tot stand is gekomen, is de vordering tot betaling van annuleringskosten afgewezen.
De proceskosten worden aan de aannemer opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De eis tot betaling van annuleringskosten wordt afgewezen omdat de voorzitter van de VvE niet bevoegd was een overeenkomst aan te gaan.