De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een 15-jarige minderjarige die zich tegen haar wil in het buitenland bevindt. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, heeft de minderjarige achtergelaten in een ander land, waar vermoedelijk sprake is van een gedwongen huwelijk en uitdrijvingsritueel. De minderjarige heeft sinds 3 augustus 2025 geen contact meer met haar vriendin in Nederland, wat de zorgen over haar veiligheid vergroot.
De moeder verklaart dat de minderjarige vanwege psychische problemen en verkeerde contacten op social media naar het buitenland is gebracht voor herstel en behandeling. Zij weigert echter om de minderjarige terug te halen naar Nederland en naar school te laten gaan. De Raad benadrukt het belang van contact met de minderjarige, terugkeer naar Nederland en het inzetten van passende hulpverlening.
De kinderrechter concludeert dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door haar huidige situatie, het ontbreken van schoolbezoek en het gebrek aan adequate hulpverlening. De vrijwillige hulpverlening blijkt ontoereikend en de recente situatie van achterlating in het buitenland maakt een ondertoezichtstelling noodzakelijk. De beschikking wordt voor de duur van een jaar uitgesproken en direct uitvoerbaar verklaard.