Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:10957

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 augustus 2025
Publicatiedatum
15 september 2025
Zaaknummer
11649804 CV EXPL 25-9546
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande factuur en incassokosten na overeenkomst van opdracht

Eiseres en gedaagde sloten een overeenkomst van opdracht waarbij eiseres werkzaamheden verrichtte, waaronder een nulmeting. Eiseres stuurde twee facturen: een aanbetaling van 60% en een restant van 40% van de kosten. Gedaagde betaalde de eerste factuur maar betwistte de tweede, stellende dat deze dubbele kosten bevatte.

De kantonrechter oordeelde dat er geen dubbele kosten in rekening zijn gebracht. De eerste factuur betrof de aanbetaling en de tweede de resterende kosten plus bijkomende kosten zoals gereden kilometers. Beide facturen zijn inclusief 21% btw. Omdat gedaagde de tweede factuur niet heeft voldaan, werd hij veroordeeld tot betaling van € 1.885,98.

Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van € 282,90 toegewezen conform de algemene voorwaarden en wettelijke bepalingen. Ook rente over het openstaande bedrag tot 2 april 2025 werd toegewezen. De proceskosten van € 1.231,35 komen voor rekening van gedaagde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande factuur, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11649804 CV EXPL 25-9546
datum uitspraak: 22 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
vestigingsplaats: [plaats 1] ,
eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde 1] ,
tegen
[gedaagde] B.V.,
vestigingsplaats: [plaats 2] ,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [gemachtigde 2] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 2 april 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de repliek;
  • de dupliek

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiseres] en [gedaagde] hebben een overeenkomst van opdracht gesloten. [eiseres] heeft in het kader van deze overeenkomst werkzaamheden voor [gedaagde] verricht. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] de factuur voor deze werkzaamheden niet betaald. [eiseres] eist daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld om € 1.885,98 aan haar te betalen. Omdat [gedaagde] de factuur niet op tijd heeft betaald, eist [eiseres] dat [gedaagde] ook een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten en de rente aan haar moet betalen.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis van [eiseres] . Volgens [gedaagde] heeft zij de kosten voor de verrichte werkzaamheden al aan [eiseres] betaald.
2.3.
De kantonrechter wijst de eis van [eiseres] toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet de factuur van € 1.885,98 aan [eiseres] betalen
2.4.
De kantonrechter leidt uit de stukken af dat [eiseres] in opdracht van [gedaagde] een zogenoemde ‘nulmeting’ heeft uitgevoerd en dat [eiseres] voor deze werkzaamheden twee facturen aan [gedaagde] heeft gestuurd. De factuur van 24 november 2022 met [factuurnummer 1] van € 5.227,20 (hierna: de eerste factuur) is op 28 november 2022 door [gedaagde] betaald. Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] ook de factuur van 29 februari 2024 met [factuurnummer 2] van € 1.885,98 (hierna: de tweede factuur) aan [eiseres] moet betalen. Volgens [gedaagde] ziet de tweede factuur namelijk op dezelfde werkzaamheden als de werkzaamheden die [eiseres] op de eerste factuur in rekening heeft gebracht en waarvoor [gedaagde] dus al heeft betaald.
2.5.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] , anders dan [gedaagde] meent, geen dubbele kosten voor de werkzaamheden in rekening heeft gebracht. [eiseres] heeft namelijk ten aanzien van ‘de nulmeting’ op de eerste factuur een aantal van 0,6 en op de tweede factuur een aantal van 0,4 in rekening gebracht. Volgens artikel 6 van Pro de algemene voorwaarden brengt [eiseres] voor aanvang van de werkzaamheden 60% van de totale kosten in rekening. De kantonrechter begrijpt hieruit dat op de eerste factuur de aanbetaling van 60% van de kosten voor de nulmeting in rekening is gebracht en op de tweede factuur de resterende 40% van de kosten voor de nulmeting. [eiseres] heeft dus slechts één keer de volledige kosten voor de nulmeting (in totaal € 3.600,00 exclusief btw) in rekening gebracht bij [gedaagde] . [eiseres] heeft daarnaast op de eerste factuur € 2.160,00 aan kosten voor ‘CE Markering & Product testen’ en op de tweede factuur € 118,66 aan ‘KM-kosten’ (kosten voor de gereden kilometers) in rekening gebracht. Ook deze twee kostenposten zijn dus eenmalig – en niet dubbel – door [eiseres] in rekening gebracht. Beide facturen zijn tot slot verhoogd met 21% btw.
2.6.
Nu [eiseres] geen dubbele kosten in rekening heeft gebracht en [gedaagde] de tweede factuur, met de resterende 40% van de kosten voor de nulmeting en de kosten voor de gereden kilometers, tot op heden niet heeft betaald, veroordeelt de kantonrechter [gedaagde] om de tweede factuur van € 1.885,98 alsnog aan [eiseres] te betalen.
[gedaagde] moet een vergoeding voor de incassokosten van € 282,90 betalen
2.7.
De incassokosten van € 282,90 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro). Op grond van artikel 6 van Pro de algemene voorwaarden worden de incassokosten vastgesteld op 15% van de hoofdsom.
[gedaagde] moet rente betalen
2.8.
De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente berekend tot 2 april 2025 bedraagt € 349,71.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht, € 476,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 238,00) en € 119,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.231,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 2.518,59 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 1.885,98 vanaf 2 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.231,35;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
62828