Bij vonnis van 17 februari 2021 is de schuldsaneringsregeling toegepast op schuldenaar. De bewindvoerder verzocht de rechter-commissaris op 28 mei 2025 om tussentijdse beëindiging van deze regeling, waarop de rechter-commissaris instemde. Tijdens de procedure bleek dat schuldenaar eigenaar is van twee appartementen in Letland, waarvan één volledig eigendom en één voor 50% samen met zijn ex-vrouw. De opbrengst van het volledig eigendom appartement en de inboedel daarvan moest aan de boedel worden afgedragen, evenals de overwaarde van het andere appartement.
Schuldenaar had de bewindvoerder niet tijdig geïnformeerd over de verkoop, maar heeft op 29 augustus 2025 alsnog € 15.000,- aan de boedel afgedragen. De resterende boedelachterstand van € 2.769,02 betreft de overwaarde van het appartement waarvan hij 50% bezit. De rechter-commissaris heeft hiervoor een termijn tot 17 februari 2026 gesteld.
De rechtbank oordeelt dat de tekortkoming grotendeels is hersteld en dat de resterende achterstand binnen de gestelde termijn valt, waardoor geen aanleiding bestaat tot tussentijdse beëindiging. Schuldenaar krijgt een laatste kans om de regeling succesvol af te ronden, waarbij alle verplichtingen strikt nagekomen moeten worden.