ECLI:NL:RBROT:2025:10836

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
FT EA 23-869
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 354 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schone lei na nakoming schuldsaneringsregeling

Bij vonnis van 17 november 2023 werd de schuldsaneringsregeling toegepast op schuldenaar. De procedure voor beëindiging van deze regeling werd behandeld op 28 augustus 2025, waarbij schuldenaar niet aanwezig was, maar vertegenwoordigd door bewindvoerders. De bewindvoerder verklaarde dat schuldenaar de tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen had hersteld en betalingsbewijzen overlegd had waaruit blijkt dat nieuwe schulden zijn voldaan. Tevens is de boedelachterstand aangezuiverd.

De rechtbank oordeelde dat schuldenaar niet toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Geen schuldeiser bracht tegenbewijs. Daarom werd aan schuldenaar de schone lei verleend, waardoor na beëindiging van de regeling bestaande vorderingen waarvoor de regeling geldt en die onbetaald zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn.

De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal €4.167,08 inclusief kosten en omzetbelasting. De toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend wordt, met verplichtingen die eindigen op 17 augustus 2025. Tegen het vonnis staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: Schone lei verleend aan schuldenaar na herstel nakoming schuldsaneringsregeling en betaling nieuwe schuld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verlening schone lei
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 4 september 2025
Bij vonnis van deze rechtbank van 17 november 2023 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar] ,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenaar,
bewindvoerder: A. Noordzij.

1.De procedure

De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter zitting van 28 augustus 2025.
Ter zitting van 28 augustus 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • mevrouw A. Noordzij, bewindvoerder;
  • mevrouw C.M. Lens, beschermingsbewindvoerder.
Schuldenaar is, zonder bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen.

2.De beoordeling

In haar laatste stand van zaken van 26 augustus 2025 heeft de bewindvoerder verklaard dat de tekortkomingen in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen door schuldenaar zijn hersteld. Schuldenaar heeft betalingsbewijzen overgelegd, waaruit blijkt dat de nieuwe ontstane schuld is betaald. Ook heeft schuldenaar de ontstane boedelachterstand aangezuiverd. De bewindvoerder adviseert de rechtbank om aan schuldenaar de schone lei te verlenen.
De rechtbank oordeelt dat schuldenaar niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Aan schuldenaar zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
  • stelt vast dat schuldenaar niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
  • bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 17 augustus 2025;
  • verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal
€ 4.167,08.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier in het openbaar uitgesproken op 4 september 2025. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.