Het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee legde op 25 juni 2025 aan verzoekster een last onder dwangsom op vanwege overtreding van een maatwerkvoorschrift over geur (voorschrift 1.2.4). Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Bij uitspraak van 7 augustus 2025 verlengde de voorzieningenrechter de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom tot vier weken na verzending van die uitspraak, maar wees het verzoek om voorlopige voorziening verder af. Verzoekster stelde beroep in tegen het collegebesluit van 22 augustus 2025 dat haar bezwaar ongegrond verklaarde.
Tijdens de zitting van 27 augustus 2025 werd vastgesteld dat de begunstigingstermijn op 4 september 2025 zou verstrijken, terwijl de voorzieningenrechter niet tijdig uitspraak kon doen op het verzoek om voorlopige voorziening in zaak ROT 25/5653. Gezien de zware financiële gevolgen voor verzoekster en het belang van het voorkomen van geuroverlast, besloot de voorzieningenrechter ambtshalve de begunstigingstermijn te verlengen tot de datum van uitspraak in zaak ROT 25/5653.
Deze verlenging maakt het mogelijk dat de uitspraak in de voorlopige voorziening kan worden afgewacht zonder dat verzoekster dwangsommen verbeurt. De voorzieningenrechter verwachtte spoedig uitspraak te doen na 4 september 2025.