Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2025 in de zaak tussen
[betrokkene](betrokkene), uit Rotterdam,
Rechtbank Rotterdam
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Rotterdam het verzoek van verzoekster, handelend als bewindvoerster over de goederen van betrokkene, behandeld. Verzoekster had namens betrokkene beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin een bijstandsuitkering was geweigerd. Dit beroep werd ingetrokken nadat het college het besluit introk en alsnog een bijstandsuitkering toekende met terugwerkende kracht vanaf 17 september 2024.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. Het college gaf aan bereid te zijn de proceskosten te vergoeden. De rechtbank oordeelde dat het college geheel aan het beroep tegemoet was gekomen en dat verzoekster daarom recht had op vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank veroordeelde het college tot betaling van € 907,- aan proceskosten, zijnde de kosten voor het indienen van het beroepschrift, en wees erop dat het college ook het griffierecht van € 53,- aan verzoekster moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar op 11 september 2025.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoekster.