Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting op de nacht van 31 maart op 1 april 2024. Het slachtoffer verklaarde dat de seksuele handelingen tegen haar wil plaatsvonden en dat verdachte geweld en bedreigingen gebruikte. De verdachte ontkende dit en stelde dat de seksuele handelingen vrijwillig en in een plezierige sfeer waren.
Het bewijs omvatte verklaringen van het slachtoffer, audioberichten die zij direct na de gebeurtenissen aan bekenden stuurde, vastgestelde letsels en sperma aangetroffen op het lichaam van het slachtoffer. Ook werd de emotie van het slachtoffer waargenomen door haar vader. Desondanks bevatte de verklaringen van het slachtoffer inconsistenties over de aard en het gebruik van geweld en bedreigingen, die niet werden ondersteund door andere getuigen of objectieve medische bevindingen.
De rechtbank wogen ook tegenstrijdigheden tussen de audioberichten en het chatverkeer tussen verdachte en slachtoffer kort na de gebeurtenissen. De verklaring van de verdachte was consistent en gedetailleerd. Gezien deze omstandigheden kon de rechtbank niet met voldoende overtuiging vaststellen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan verkrachting. Daarom werd verdachte vrijgesproken en werd de vordering van het slachtoffer niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van verkrachting.