Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 27 augustus 2025;
- de pleitnota van [eiser] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
2091 / 106
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds 2012 een woning van de verhuurder. In 2025 zijn afspraken gemaakt over de beëindiging van de huurovereenkomst, waarbij de verhuurder een waarborgsom en verhuisvergoeding heeft betaald. De huurder is inmiddels een andere woning gaan huren, maar weigert het gehuurde te ontruimen ondanks aanmaningen.
De huurder voert verweer met onder meer een vermeende noodzaak tot formele opzegging, gewijzigde sloten waardoor toegang werd belemmerd, gezondheidsproblemen en klachten over gebreken. De rechtbank oordeelt dat partijen samen de huurovereenkomst hebben beëindigd en dat de huurder verplicht is het gehuurde te ontruimen. De bezwaren van de huurder zijn onvoldoende om ontruiming te weigeren.
Gezien het spoedeisend belang van de verhuurder en het feit dat de huurder al een andere woning heeft, wordt een uiterste ontruimingsdatum van 31 oktober 2025 vastgesteld. De verhuurder mag bij niet-naleving overgaan tot gedwongen ontruiming. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning uiterlijk 31 oktober 2025.