Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om twee schuldeisers te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. Verzoeker had 35 schuldeisers met een totale schuld van €270.210,84, waarvan 33 instemden met het voorstel, maar twee schuldeisers, waaronder een met een vordering van ruim €76.000, weigerden.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de weigeraars niet opwoog tegen dat van verzoeker en de overige schuldeisers, mede omdat het voorstel was getoetst door een onafhankelijke partij en goed onderbouwd was. Verzoeker had een stabiele situatie bereikt met beschermingsbewind en een positieve inkomensontwikkeling.
De rechtbank stelde dat de gedwongen schuldregeling een gunstiger resultaat oplevert dan een wettelijke schuldsaneringsregeling en wees het subsidiaire verzoek af. De weigeraars werden veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.