Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:1061

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 januari 2025
Publicatiedatum
27 januari 2025
Zaaknummer
ROT 24/7356
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020-2024Artikel 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing urgentieverklaring op grond van hardheidsclausule in woonruimtebemiddeling

Eiseres heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend omdat zij haar huur niet meer kan betalen en zij een omgangsregeling heeft met haar zoon die bij de andere ouder kan verblijven. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor urgentie op grond van woonlasten en ook niet op basis van de hardheidsclausule.

De rechtbank oordeelt dat hoewel de situatie van eiseres zorgelijk is, met name door het risico op beperking van de omgangsregeling en het ontbreken van een vaste woonplaats, deze omstandigheden niet zodanig schrijnend zijn dat een urgentieverklaring gerechtvaardigd is. Het college heeft terecht geoordeeld dat de woonbehoefte van het kind is voorzien doordat het kind bij de andere ouder kan verblijven.

Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. De rechtbank ziet geen aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/7356

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2025 in de zaak tussen

[naam eiseres] , z.v.w.v.p., eiseres

(gemachtigde: mr. A. Dogan),
en

het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard, het college

(gemachtigde: [persoon A] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring.
1.1.
Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 18 maart 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 23 juli 2024 (op het bezwaar van eiseres) is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.
1.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
Op 28 augustus 2024 heeft eiseres een aanvullend beroepschrift ingediend.
1.4.
Op 5 december 2024 heeft eiseres een nader stuk ingediend.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van het college.

Totstandkoming van het besluit

2. Eiseres heeft op 6 februari 2024 een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend, omdat zij haar huur niet meer kan betalen. Met het primaire besluit heeft het college de aanvraag afgewezen en het college is met het bestreden besluit bij deze afwijzing gebleven. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de situatie van eiseres geen betrekking heeft op een (echt)scheiding of inkomstendaling waardoor de woonlasten te hoog zijn en niet meer kunnen worden betaald. Het college vindt dat eiseres niet aan de daarvoor in de regelgeving gestelde voorwaarden voldoet. Eiseres heeft weliswaar een kind, maar dat kind kan bij één van de ouders terecht. Volgens het college komt eiseres ook niet in aanmerking voor een urgentieverklaring op grond van de hardheidsclausule.

Het beroep van eiseres

3. Eiseres voert aan dat het college haar ten onrechte en in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel geen urgentieverklaring heeft gegeven op grond van de hardheidsclausule. Een belangrijke reden voor een urgentieverklaring is de zorgregeling die eiseres heeft ten aanzien van haar zoon [persoon B] . Deze zorgregeling is door het gerechtshof Den Haag bij beschikking van 21 februari 2024 vastgelegd. [2] [persoon B] verblijft om de week van donderdagmiddag na schooltijd tot en met maandagochtend bij eiseres. Als eiseres niet aan deze zorgregeling kan voldoen, loopt zij het risico dat de omgangsregeling wordt beperkt. Eiseres stelt dat zij op dit moment geen omgang kan realiseren met [persoon B] , zodat zij haar rechten op grond van artikel 8 van Pro het EVRM [3] niet kan uitoefenen.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank moet beoordelen of het college de aanvraag voor een urgentieverklaring terecht heeft afgewezen. De voorwaarden voor het verkrijgen van een urgentieverklaring in de regio Rotterdam staan in de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020-2024 (de Verordening).
5. Niet in geschil is dat eiseres niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring op de urgentiegrond Woonlasten, omdat zij niet aan de voorwaarden voldoet. Het is enkel in geschil of het college terecht geen toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule.
6. Het college kan, als iemand niet voldoet aan de voorwaarden voor een urgentieverklaring, toch een urgentieverklaring toekennen op grond van de hardheidsclausule. De weigering van de urgentieverklaring moet dan leiden tot een schrijnende situatie en er moet sprake zijn van bijzondere, bij het vaststellen van de Verordening onvoorziene, omstandigheden die gelet op het doel van de Verordening redelijkerwijs toch een grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn.
7. De rechtbank overweegt het volgende. Uit het dossier blijkt dat in het geval van eiseres sprake is van een bij de eerder genoemde beschikking vastgelegde omgangsregeling met haar zoon [persoon B] . Volgens eiseres is een urgentieverklaring nodig om uitvoering te kunnen geven aan die omgangsregeling en zo haar rol als moeder te kunnen vervullen.
De rechtbank is echter van oordeel dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft mogen stellen dat in de woningbehoefte van [persoon B] is voorzien, omdat hij in ieder geval bij de andere ouder terecht kan. Dat betekent dat [persoon B] onderdak heeft. Het is voorstelbaar dat eiseres zich zorgen maakt, omdat zij dakloos is en [persoon B] dus niet bij haar kan blijven slapen. Ook heeft de rechtbank begrip voor de zorgen van eiseres over het (behoud van) contact met haar zoon, het door haar meegeven van zijn Russische roots en het niet volledig kunnen voldoen aan de zorgregeling. Toch volgt de rechtbank het college in het standpunt dat deze situatie niet zodanig schrijnend is dat aan eiseres een urgentieverklaring moet worden toegekend op basis van de hardheidsclausule.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zonder vaste woon- of verblijfplaats
2.Zaaknummer 200.334.677/01.
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden