De vrouw en de man, voormalig partners en gezamenlijke eigenaren van een koopwoning, zijn na beëindiging van hun relatie in 2022 in geschil geraakt over het gebruik van de woning. De vrouw woont er nog met hun minderjarige dochter, terwijl de man bij zijn nieuwe partner woont maar nog persoonlijke spullen in de woning heeft.
De vrouw vordert dat zij het exclusieve gebruik van de woning krijgt en dat de man wordt verboden de woning te betreden. De man verzet zich hiertegen en stelde aanvankelijk een tegenvordering in, die later werd ingetrokken na afspraken over de uitkoop van zijn aandeel in de woning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel de woning nog gemeenschappelijk eigendom is, de belangenafweging in het kort geding uitwijst dat de man voorlopig niet in de woning mag komen vanwege de spanningen die zijn aanwezigheid veroorzaakt. Hij krijgt twee weken de tijd om zijn persoonlijke eigendommen te verwijderen. Tevens wordt bevestigd dat de taxatie van de woning zal plaatsvinden door een andere makelaar dan oorspronkelijk gepland.
De proceskosten worden gecompenseerd door iedere partij zelf te dragen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.