In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 29 augustus 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen Bertens Bouw B.V. en de Gemeente Barendrecht. Bertens Bouw had ingeschreven op een nationale niet-openbare aanbesteding voor de uitbreiding van het Inge de Bruijn zwembad in Barendrecht. De Gemeente heeft de inschrijving van Bertens Bouw ongeldig verklaard, omdat zij geen geldige optimalisaties had aangeleverd en geen kosten had opgenomen voor terreinwerkzaamheden. Bertens Bouw vorderde in kort geding dat de Gemeente haar inschrijving geldig zou verklaren en de gunningsbeslissing zou intrekken. De voorzieningenrechter oordeelde dat de inschrijving ongeldig was, omdat Bertens Bouw geen concrete bedragen had genoemd voor de verschillende optimalisaties, wat in strijd was met de gunningsleidraad en artikel 3.28.6 van het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016). De rechter concludeerde dat de vorderingen van Bertens Bouw op basis van de ongeldigheid van de inschrijving niet konden worden toegewezen. Bertens Bouw werd veroordeeld in de proceskosten van de Gemeente, die in totaal € 1.999,00 bedroegen.