ECLI:NL:RBROT:2025:10468
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep in toeslagenzaak
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Toeslagen waarin zij geen compensatie ontving op grond van de Catshuisregeling. Tijdens de procedure heeft verweerder een integrale beoordeling genomen waarbij eiseres als gedupeerde werd aangemerkt en het compensatiebedrag van € 30.000,- werd vastgesteld. Hierdoor trok eiseres haar beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank heeft beoordeeld dat verweerder aan het beroep van eiseres is tegemoetgekomen door het vaststellen van het compensatiebedrag. Op grond hiervan is het verzoek om proceskostenvergoeding toewijsbaar. De vergoeding is vastgesteld op € 907,- voor de ingediende beroepschrift en proceshandeling, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank wees een vergoeding voor de zitting af omdat eiseres al bekend was met het integrale besluit en het beroep eerder had kunnen intrekken. Ook werd geen vergoeding toegekend voor de bezwaarfase, omdat het primaire besluit niet onrechtmatig was herroepen. Daarnaast is verweerder verplicht het griffierecht van € 51,- te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter S. Veling en griffier L.A. van der Velden op 2 september 2025. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan eiseres.