De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzoekt om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds ruim twee jaar in een pleeggezin verblijft. De moeder heeft het ouderlijk gezag, maar de zorgen over haar opvoedsituatie en middelengebruik zijn onvoldoende afgenomen. De moeder verblijft in een moeder-kind huis, maar ook daar zijn veiligheids- en hygiënezorgen ontstaan, wat in april 2025 leidde tot de uithuisplaatsing van het broertje.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De pleegouders bieden een stabiele en perspectiefbiedende omgeving. De moeder staat achter het verzoek en werkt aan haar problematiek, maar profiteert nog onvoldoende van de hulpverlening. Er wordt een interactieonderzoek en advies over omgangsregeling gepland, en ambulante hulpverlening start in het pleeggezin.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de verlenging direct geldt. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 29 augustus 2026.