ECLI:NL:RBROT:2025:10363
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdige betaling griffierecht
Verzoekster maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin een urgentieverklaring aan haar was toegekend. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen omdat zij het niet eens was met de verleende urgentie.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het griffierecht van €194,- niet tijdig was betaald. Een aangetekende brief met het verzoek tot betaling was niet succesvol bezorgd bij verzoekster, maar afgegeven bij een PostNL-punt waar zij de brief niet heeft opgehaald. Verzoekster gaf aan geen melding te hebben ontvangen van de aangetekende brief, maar kon niet aannemelijk maken dat zij niet op de hoogte was van het ophalen.
Omdat geen verontschuldiging voor het niet tijdig betalen van het griffierecht was gebleken, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Hiermee werd het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld. Verzoekster staat vrij een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.