Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de beschikking van de rechtbank Den Haag van 17 april 2025 waarin de zaak is doorverwezen naar de rechtbank Rotterdam, met de daarin genoemde stukken;
- het aanvullend verzoek van de man, ingekomen op 18 mei 2025;
- het bericht met bijlage van de man van 21 mei 2025;
- het verweerschrift van de vrouw tevens zelfstandig verzoek, ingekomen op 28 mei 2025.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- Kan de raad bij de begeleiding van de vrouw nagaan hoe het contact tussen de man en de minderjarige is verlopen?
- Wat betekent de wens tot echtscheiding aan de zijde van de vrouw voor haar veiligheid en die van de minderjarige?
- In het licht van het voorgaande: welke zorgregeling, zowel
- Als de raad adviseert tot fysiek contact: hoe kan bij overdracht van de minderjarige de veiligheid van de vrouw en die van de minderjarige worden gewaarborgd?
- de mogelijke uithuwelijking van de vrouw aan de man;
- de recente verhuizing van de vrouw naar Nederland;
- de taalbarrière van de vrouw;
- de aangifte van de vrouw tegen de man en de schoonfamilie;
- de aangifte van de man tegen de vrouw;
- het verblijf van de vrouw in de opvang.