De rechtbank Rotterdam heeft op 22 juli 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende het ouderlijk gezag over een minderjarige. De moeder verzocht de beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van het eenhoofdig gezag aan haar, vanwege gebrekkige communicatie en het ontbreken van verbetering tussen de ouders sinds de eerdere beschikking in 2023.
De vader verscheen niet bij de mondelinge behandeling en leverde geen verweer. De rechtbank stelde vast dat de communicatie tussen de ouders slecht was, met scherpe discussies over belangrijke zaken zoals schoolkeuze en vakantie, waardoor inhoudelijk overleg uitbleef. De moeder heeft aannemelijk gemaakt dat verbetering niet te verwachten is, mede doordat de vader zijn medewerking aan hulpverlening voortijdig stopzette.
De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van het kind is en kende het gezag aan de moeder toe. Vervangende toestemming voor schoolinschrijving en vakantie werd afgewezen omdat de moeder voortaan zelfstandig beslissingen mag nemen. Verzoek tot proceskostenveroordeling werd afgewezen, omdat in familiezaken ieder de eigen kosten draagt en de moeder niet had gemotiveerd waarom hiervan afgeweken moest worden.