Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:10204

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 juni 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
C/10/698299 / JE RK 25-804
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling met het oog op terugplaatsing minderjarige

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die momenteel verblijft in een open groep bij een zorginstelling. De zitting vond plaats op 6 juni 2025, waarbij de vader en stiefmoeder niet aanwezig waren, ondanks correcte oproeping.

De minderjarige heeft in haar jonge leven meerdere verblijfplekken gekend. De huidige situatie is positief maar fragiel, met een gezamenlijke inzet van de vader, stiefmoeder, GI en zorginstelling om toe te werken naar een thuisplaatsing. Hulpverlening wordt ingezet ter ondersteuning van het gezin en het versterken van de thuisbasis.

De kinderrechter acht de ondertoezichtstelling noodzakelijk voor het komende jaar om regie en monitoring van de hulpverlening mogelijk te maken. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen de beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of kennisname.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 6 juli 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/698299 / JE RK 25-804
Datum uitspraak: 6 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader] ,
hierna te noemen de vader, wonende in [plaats] .
[de stiefmoeder] ,
hierna te noemen de stiefmoeder, wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 april 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] .
1.3.
De vader en de stiefmoeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de stiefmoeder wel juist zijn opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft op een open groep bij [zorginstelling] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 juli 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 6 juli 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 maart 2025 een voorwaardelijke machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 6 juli 2025. Tevens is bij die beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 juli 2025.

3.Het verzoek van de GI

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De komende periode staat in het teken van (toewerken) naar een thuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader en de stiefmoeder. Zowel [minderjarige] als haar vader willen graag dat [minderjarige] thuis komt wonen. De inzet van hulpverlening is van belang om de terugplaatsing mogelijk te maken. Family Supporters zal het gezin ondersteunen, zowel bij de familiesystematiek als individueel voor [minderjarige] . [minderjarige] krijgt ook een persoonlijk begeleider. Op dit moment wordt vanuit [zorginstelling] stap voor stap toegewerkt naar de terugplaatsing. De samenwerking tussen de vader, de GI en de groep verloopt positief. Iedereen werkt samen aan één doel: een succesvolle terugplaatsing van [minderjarige] .

4.De beoordeling

4.1.
[minderjarige] heeft veel verschillende verblijfplekken gekend in haar nog jonge leven. Het is positief dat [minderjarige] nu weer bij haar vader en stiefmoeder kan gaan wonen en dat iedereen dit ondersteunt. Het is belangrijk dat iedereen zich inzet voor stabiliteit en een duurzame woonsituatie. Het accepteren van hulpverlening vormt hierbij een belangrijk een onderdeel. De huidige situatie is positief, maar ook nog zeer fragiel. De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk dat de GI de komende periode betrokken blijft om regie te voeren, hulpverlening in te zetten en het verloop daarvan te monitoren om de thuisbasis voor [minderjarige] te kunnen verstevigen. [1]
4.2.
De ondertoezichtstelling is dus nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de gevraagde duur van een jaar.
4.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 6 juli 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2025 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in aanwezigheid van L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 16 juni 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.