Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
‘requested by’de eindgebruiker op papier is en dat het tweede bedrijf in dezelfde kolom, in onderhavig geval steeds een Russisch bedrijf, de daadwerkelijke eindgebruiker van deze goederen is. Dit verweer, dat ook slecht te rijmen valt met de verklaring van de verdachte dat hij heeft ‘ingestemd’ met een aantal leveringen aan bedrijven in Rusland, wordt verworpen.
In dit verband wordt het volgende overwogen.
1.primair
(met productcode [codenummer 7] );
2.primair
3.primair
5.Strafbaarheid feiten
2.primair
het medeplegen van een overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikelen 2 en 3 van de Sanctiewet 1977, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
legaleafzetmarkten. Hij deed het tegenovergestelde. Uit het dossier, met name uit chats tussen de verdachte en medewerkers van zijn bedrijf, rijst het beeld op dat alles in het werk werd gesteld om de sancties te omzeilen door steeds nieuwe routes te zoeken waarlangs vliegtuigonderdelen op slinkse wijze alsnog aan de Russische afnemers konden worden geleverd. Daartoe werden bedrijven in Tadzjikistan, Servië, Turkije en Kirgizië gebruikt of zelfs opgezet als tussenschakels. Op papier deed men het voorkomen dat die bedrijven de
end userswaren, maar in werkelijkheid was Rusland de eindbestemming. De verdachte en zijn medewerkers hadden hierbij slechts één doel: zo veel mogelijk geld verdienen. De zwarte markt die na de sancties ontstond, bood immers hogere winstmarges dan voorheen gebruikelijk. Een WhatsApp-gesprek van 8 juni 2022 spreekt in dit opzicht boekdelen. Een ‘agent’ van [afkorting naam verdachte rechtspersoon] schrijft: “We gaan net zo lang laden totdat we worden opgepakt ”. De verdachte antwoordt: “Mee eens. ”. Uit deze en dergelijke gesprekken blijkt duidelijk dat de verdachte en zijn medewerkers lak hadden aan de regels en puur uit eigenbelang handelden. Zij hebben door hun handelen doel en strekking van de sancties in ernstige mate ondergraven.
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 32 (tweeëndertig) maanden;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2: voorwerpen 7 t/m 22;
(met productcode [codenummer 7] );