Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 mei 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Hogeschool Rotterdam vordert betaling van openstaand collegegeld van €404,98 voor het studiejaar 2022-2023 van de gedaagde, die zich als student had ingeschreven. De gedaagde betwist betaling vanwege medische omstandigheden en stelt zich niet te hebben ingeschreven.
De rechtbank stelt vast dat de gedaagde zich wel degelijk heeft ingeschreven en dat de hoogte van het openstaande bedrag niet in geschil is. De persoonlijke omstandigheden van de gedaagde leiden niet tot een ander oordeel, omdat hij zelf heeft gekozen zich in te schrijven.
De vordering tot incassokosten wordt afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat de aanmaningsbrief van 16 maart 2023 door de gedaagde is ontvangen. Wel wordt de wettelijke rente van €14,32 toegewezen. De gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van €472,38. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €419,30 inclusief rente en proceskosten, incassokosten worden afgewezen.