Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 september 2024 in de zaak tussen
[naam 1], uit [plaatsnaam 1] , verzoeker,
De Burgemeester van Capelle aan den IJssel, de burgemeester
Inleiding
[naam 2] .
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, bewindvoerder van een huurder, verzet zich tegen de sluiting van diens woning door de burgemeester van Capelle aan den IJssel. De sluiting is bevolen voor drie maanden op grond van artikel 13b Opiumwet na vondst van 5,6 kilogram MDMA en middelen die duiden op drugshandel.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting van de woning vanwege de ruime overschrijding van de handelshoeveelheid harddrugs. Hoewel verzoeker betwist dat er sprake is van handel vanuit de woning, acht de voorzieningenrechter de sluiting noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat, mede gelet op meldingen van omwonenden en de aanwezigheid van verpakkingsmiddelen.
Verzoeker voert aan dat de sluiting onevenwichtig is vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een vermeende licht verstandelijke beperking, slechte gezondheid en gebrek aan sociaal netwerk. De voorzieningenrechter acht deze omstandigheden onvoldoende aannemelijk en weegt het belang van openbare orde en veiligheid zwaarder.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de woning voor drie maanden gesloten mag worden. De uitspraak is voorlopig en bindt niet in een bodemprocedure.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel wordt afgewezen; sluiting voor drie maanden blijft van kracht.