ECLI:NL:RBROT:2024:9484
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen handhavingsverzoek en proceskostenveroordeling
Eiseres, exploitant van een hotel en congrescentrum, verzocht de burgemeester van Rotterdam handhavend op te treden tegen illegale terrassen geëxploiteerd door een derde partij. Nadat verweerder niet tijdig op het handhavingsverzoek van 12 augustus 2024 had beslist, stelde eiseres verweerder op 5 september 2024 in gebreke en diende zij op 9 september 2024 een beroep in wegens niet tijdig beslissen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder in gebreke was omdat niet binnen een redelijke termijn van zeven dagen was beslist, gelet op de aard van de illegale situatie en het naderende einde van het terrassenseizoen. Echter nam verweerder vlak voor de zitting op 19 september 2024 alsnog een besluit waarin handhaving werd toegewezen.
Omdat het beroep mede betrekking had op dit besluit en eiseres bezwaren daartegen had, verwees de voorzieningenrechter het beroep naar verweerder om als bezwaarschrift te behandelen en stelde eiseres in de gelegenheid om nadere gronden aan te voeren. Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening werden niet-ontvankelijk verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en de mogelijkheid om beroep te doen bij niet tijdig beslissen, maar ook de grenzen daarvan bij prematuur beroep. Tevens wordt de handhaving van illegale exploitatie van terrassen in de Rotterdamse horeca benadrukt.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening zijn niet-ontvankelijk verklaard, het beroep is verwezen naar verweerder voor behandeling als bezwaarschrift, en verweerder is veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.