ECLI:NL:RBROT:2024:9426
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag voor 2017 en 2019 wegens ontbreken aanvragen en schade
Eiseres verzocht compensatie kinderopvangtoeslag voor de periode februari tot en met december 2017 en het jaar 2019 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen wees dit verzoek af omdat er geen aanvragen voor deze periodes waren ingediend en geen bewijs van daadwerkelijke kinderopvang was geleverd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd dat haar aanvragen waren geannuleerd of dat zij daadwerkelijk kinderopvang had afgenomen in de betreffende perioden. Het persoonlijke dossier was niet volledig beschikbaar, maar de rechtbank vond dat de op de zaak betrekking hebbende stukken voldoende waren overgelegd. De stellingen van eiseres werden niet ondersteund door de overige informatie.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep was overschreden met 17 maanden. De rechtbank kende daarom een schadevergoeding toe van €1.500,-, waarvan €970,59 ten laste van verweerder en €529,41 ten laste van de Staat.
Hoewel het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde, achtte de rechtbank dit niet van invloed op de uitkomst. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen compensatie voor de gevraagde periode. Wel werd het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en compensatie kinderopvangtoeslag voor 2017 en 2019 wordt afgewezen; wel wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.