Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 4 december 2023;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 8 mei 2024;
- de briefrapportage van de GI tijdens de mondelinge behandeling overgelegd door de jeugdbeschermer.
- partijen en advocaten voornoemd;
- de GI, vertegenwoordigd door [persoon A] .
- de raad, vertegenwoordigd door [persoon B] .
2.De vaststaande feiten
- op verzoek van de man zal mevrouw [persoon E] van de GI de man informeren over de hulpverlening aan de kinderen en hun ontwikkeling. Een en ander binnen de kaders waarin mevrouw [persoon E] zich vrij voelt om daarover te verklaren;
- de communicatie tussen de man en mevrouw [persoon E] zal bij voorkeur plaatsvinden via email of Whatsapp (dus niet via de telefoon);
- de man verklaart dat hij niet (meer) door de straat waar de vrouw woont zal rijden. Ook zal hij niet in de straat waar de vrouw woont observeren of proberen de kinderen te zien;
- op deze manier wordt rust gecreëerd en kan worden onderzocht of hervatting van het contact met de kinderen mogelijk is en zo ja op welke manier. Daar kan de bodemrechter zich dan een oordeel over vormen in de eventueel door de man te starten bodemprocedure;
- partijen verklaren over en weer hun vorderingen in te trekken, waarmee het kort geding is geëindigd.
- voor wat betreft [voornaam minderjarige 1] de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 11 juli 2024;
- voor wat betreft [voornaam minderjarige 2] een machtiging tot uithuisplaatsing verleend in een residentiele voorziening, met ingang van 11 juli 2023 tot 11 juli 2024;
- voor wat betreft [voornaam minderjarige 3] een machtiging tot uithuisplaatsing verleend in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 11 juli 2023 tot 11 juli 2024.
- om het weekend van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur alsmede
- de helft van de (school-)vakanties en feestdagen,