Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 17 mei 2023;
- het verweerschrift van de man, ingekomen op 7 augustus 2023;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 18 juni 2024;
- het bericht met bijlagen van de man van 24 juni 2024.
- de vrouw met haar advocaat en
- de man met mr. S. Zahri, namens voornoemde advocaat.
2.De vaststaande feiten
[minderjarige 4] ,
3.De beoordeling
€ 100,- per maand. De man stelt dat hij dit bedrag maandelijks naar de minderjarigen overmaakt, onder andere zodat zij met het openbaar vervoer kunnen reizen. De vrouw betwist dat hiermee rekening moet wordt gehouden omdat de verschuldigde kinderbijdrage in het geheel naar haar moet worden overgemaakt en niet naar de minderjarigen zelf. De rechtbank houdt geen rekening met deze extra kosten omdat de man naast de vast te stellen kinderbijdrage niet gehouden is om extra kosten aan de minderjarigen te voldoen. Als de man dit toch vrijwillig doet, komt dit ten laste van zijn vrije ruimte. De rechtbank gaat er wel van uit dat de vrouw, zoals in het systeem van kinderalimentatie past, alle verblijfsoverstijgende kosten voldoet en dat zij bijvoorbeeld de kosten voor het noodzakelijke openbaar vervoer van de minderjarigen zal betalen.
€ 17.793,-. De rechtbank bepaalt (onder verwijzing naar de aan deze beschikking gehechte berekening) het huidige NBI van de vrouw aan de hand daarvan op € 1.817,- per maand.