De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van de moeder om kinderalimentatie voor haar zoon, geboren in 2013, van de vader. De moeder vorderde €207 per maand vanaf 1 juli 2022, terwijl de vader stelde dat hij vanwege onderhoudsplicht voor een ander kind uit een eerdere relatie geen draagkracht had.
Na beoordeling stelde de rechtbank vast dat de vader een netto inkomen heeft van €2.018 per maand en een draagkracht van €275 per maand. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €177 per maand, gebaseerd op het netto gezinsinkomen en Nibud-tabellen, rekening houdend met de atypische gezinssituatie en samenwoning van de ouders.
De rechtbank erkende de samenloop van onderhoudsverplichtingen, waarbij de vader ook onderhoudsplichtig is voor een kind uit een eerdere relatie. De behoefte van dat kind werd gelijkgesteld aan €177 per maand, waarvan de vader naar rato €89 moet bijdragen. De totale onderhoudsverplichting van de vader (€266) blijft binnen zijn draagkracht, zodat geen verdere verdeling nodig is.
De rechtbank wees een zorgkorting af vanwege minimaal contact tussen vader en kind. De alimentatie wordt vastgesteld op €177 per maand vanaf 1 augustus 2022, met wettelijke indexeringen in 2023 en 2024. De betaling moet steeds vooruit gebeuren, en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.