ECLI:NL:RBROT:2024:9298

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 september 2024
Publicatiedatum
23 september 2024
Zaaknummer
11261157 VZ VERZ 24-7495
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 UAVGArt. 79 AVGArt. 42 ROArt. 71 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verwijdering onrechtmatige BKR-registratie afgewezen wegens onbevoegde rechter

De rechtbank Rotterdam ontving een verzoekschrift van verzoeker die een financieringsovereenkomst had met Volkswagen Pon Financial Services B.V. Verzoeker stelde dat de door Volkswagen opgelegde BKR-registratie onrechtmatig was en verzocht om verwijdering van deze registratie, terugbetaling van betaalde rente en proceskosten.

De kantonrechter constateerde dat het verzoek op grond van artikel 79 AVG Pro was ingediend via een verzoekschriftprocedure zoals voorgeschreven in artikel 35 UAVG Pro. Echter, de kantonrechter oordeelde dat dit verzoekschrift niet bij de kantonrechter had moeten worden ingediend, maar bij de afdeling Handel en Haven van de rechtbank Rotterdam.

Daarom gaf de kantonrechter aan voornemens te zijn de zaak te verwijzen naar de juiste afdeling en gaf partijen de gelegenheid om zich hierover uit te laten. Volkswagen werd tevens geïnformeerd over het verzoekschrift. De beschikking werd openbaar uitgesproken door mr. A.M. van Kalmthout.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de afdeling Handel en Haven van de rechtbank Rotterdam.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11261157 VZ VERZ 24-7495
datum uitspraak: 13 september 2024
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker],
woonplaats: Rotterdam,
verzoeker,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
tegen
Volkswagen Pon Financial Services B.V.,
vestigingsplaats: Amersfoort,
verweerster,
die nog geen gelegenheid heeft gehad om te reageren.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘Volkswagen’ genoemd.

1.De beoordeling

1.1.
De rechtbank Rotterdam, afdeling Kanton heeft op 13 augustus 2024 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen van [verzoeker] . Hij stelt daarin het volgende. [verzoeker] heeft een financieringsovereenkomst met Volkswagen gesloten. Volkswagen heeft op een gegeven moment het gefinancierde bedrag opgeëist en dat in het BKR-register laten registreren. Volgens [verzoeker] is dit onterecht. Hij heeft last van deze registratie, onder andere omdat hij een huis wil kopen.
1.2.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter:
  • te oordelen dat de BKR-registratie onrechtmatig is;
  • Volkswagen te veroordelen om de registratie met code 2 (Opeising) binnen twee weken te verwijderen en te bepalen dat Volkswagen een dwangsom moet betalen als zij dat niet doet;
  • te oordelen dat Volkswagen in een betere vermogenstoestand is gekomen door het direct opeisen van de financiering;
  • Volkswagen te veroordelen om € 1.716,- aan betaalde rente terug te betalen;
  • Volkswagen te veroordelen in de proceskosten.
1.3.
Het verzoek van [verzoeker] gaat in de kern om het verwijderen van de BKR-registratie. Zoals [verzoeker] in de kop van het verzoekschrift heeft vermeld, is dit verzoek gebaseerd op artikel 79 AVG Pro. Voor deze zaken is inderdaad een verzoekschriftprocedure voorgeschreven (artikel 35 UAVG Pro). De kantonrechter is echter voorlopig van oordeel dat [verzoeker] dit verzoekschrift had moeten indienen bij de afdeling Handel en Haven en dus niet bij de kantonrechter. Het uitgangspunt is namelijk dat verzoekschriften in eerste aanleg worden behandeld door de rechtbank (artikel 42 RO Pro). Voor bepaalde verzoeken is in de wet bepaald dat de kantonrechter deze mag behandelen, maar dat is niet het geval voor verzoeken op grond van de AVG.
1.4.
De kantonrechter is daarom van plan om deze procedure te verwijzen naar de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank (artikel 71 Rv Pro). De kantonrechter geeft beide partijen eerst de gelegenheid om zich uit te laten over dit voornemen. Als de partijen niets van zich laten horen, gaat de kantonrechter ervan uit dat zij geen bezwaren hebben.
1.5.
Omdat Volkswagen nog niet op de hoogte is van het verzoekschrift, wordt tegelijk met deze tussenbeschikking het verzoekschrift van [verzoeker] aan haar gezonden.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
geeft beide partijen de gelegenheid om zich
uiterlijk 11 oktober 2024uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om deze zaak te verwijzen naar team Handel en Haven van deze rechtbank.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
33394