Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 februari 2024, met bijlagen;
- de akte wijzigen vestigingsplaats eiseres van TPM;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie namens Iemms;
- de repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
TPM en Iemms sloten een overeenkomst waarbij TPM advertenties voor Iemms zou plaatsen tegen een maandelijkse vergoeding van €449,-. TPM stuurde een factuur van €1.629,87 voor de periode oktober tot en met december 2023, die Iemms ondanks aanmaningen niet betaalde.
Iemms betwistte de dagvaarding en stelde dat TPM de overeenkomst niet was nagekomen. De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding geldig was ondanks een onjuist vestigingsadres, omdat Iemms niet benadeeld was en wist wie de eiser was. Verder stond vast dat Iemms de betalingsovereenkomst erkende en dat TPM haar nakoming had aangetoond.
Omdat Iemms haar verweer niet voldoende onderbouwde en niet op de repliek reageerde, werd aangenomen dat de tekortkoming niet vaststond. Zelfs indien dat zo was, maakte dat niet automatisch vrijstelling van betaling uit. De rechtbank veroordeelde Iemms tot betaling van de factuur, wettelijke rente, incassokosten van €244,48 en proceskosten van €997,08. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Iemms wordt veroordeeld tot betaling van €1.932,90 inclusief rente, incassokosten en proceskosten aan TPM.