De rechtbank Rotterdam heeft op 10 september 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van zware mishandeling en poging daartoe. De feiten betreffen een incident op 12 februari 2023 te Gorinchem waarbij verdachte met een mes een snijwond van 20 centimeter aan de linker bovenarm van de aangever heeft toegebracht.
De rechtbank oordeelde dat het letsel, hoewel ernstig, niet voldeed aan de criteria voor zwaar lichamelijk letsel zoals vereist voor zware mishandeling. De medische informatie toonde een genezingsduur van ongeveer twee weken bij ongecompliceerd beloop, en de verklaring van de aangever over aanhoudende klachten was onvoldoende om zwaar letsel aan te nemen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit.
Voor het subsidiair ten laste gelegde feit, de poging tot zware mishandeling, stelde de rechtbank vast dat verdachte met een mes in de hand de confrontatie met de aangever is aangegaan en opzettelijk een snijwond heeft toegebracht. Het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel werd bewezen geacht. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 177 dagen, met aftrek van voorarrest, en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
De straf werd bepaald met inachtneming van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke situatie van verdachte, die recent niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld maar wel problemen op meerdere levensgebieden kent. De rechtbank benadrukte de afkeurenswaardigheid van het gedrag en de impact op de samenleving en slachtoffers.