Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw S. Ramlan en de heer R. Fiege, beiden werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- [naam], namens [schuldeiser] ,
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan 24 schuldeisers, waarbij preferente schuldeisers 26,12% en concurrente schuldeisers 13,06% van hun vorderingen ontvangen. Drieëntwintig schuldeisers stemden in, maar één schuldeiser weigerde vanwege lopende betalingsachterstanden en het bezit van apparatuur.
De rechtbank beoordeelde of de weigering van deze schuldeiser redelijk was, waarbij werd meegewogen dat de vordering slechts 3,2% van de totale schuldenlast bedroeg en dat het voorstel was getoetst door een onafhankelijke partij. Verzoeker ontvangt een WW-uitkering en is momenteel niet in staat te werken vanwege medische omstandigheden, maar is gemotiveerd om te re-integreren.
De rechtbank concludeerde dat het voorstel het uiterste is wat verzoeker kan bieden en dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar. Daarom werd het verzoek tot dwangakkoord toegewezen en de schuldeiser veroordeeld in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling.