ECLI:NL:RBROT:2024:8776
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens onduidelijkheid over vermogen woning in het buitenland
Verzoekster, voormalig enig bestuurslid van een stichting die een woning in Suriname bezit, vroeg een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van haar aanvraag om een bijstandsuitkering. Het college had haar aanvraag afgewezen omdat zij volgens hen een te hoog vermogen heeft, met name door de woning in het buitenland. Verzoekster had de stichting overgedragen aan een ander bestuurslid, maar het college rekent de waarde van de woning nog steeds tot haar vermogen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er weliswaar sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoekster zonder uitkering zit, maar dat er nog te veel onduidelijkheden zijn over de feitelijke situatie rond de woning en het vermogen. Zo ontbreekt informatie over de overdracht, financiering en gebruik van de woning. Verzoekster heeft onvoldoende bewijs geleverd om aan te tonen dat zij geen beschikking meer heeft over de woning.
Daarom valt de belangenafweging op dit moment in het nadeel van verzoekster uit. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Dit oordeel is voorlopig en bindt niet in een eventuele bodemprocedure. De uitspraak is gedaan op 10 september 2024 door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege onvoldoende duidelijkheid over het vermogen van verzoekster.