Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 oktober 2023, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de repliek, tevens wijziging van eis, met bijlagen;
- de aantekeningen van de griffier van de op de rolzitting van 3 april 2024 door [gedaagde] mondeling gegeven reactie (dupliek), met bijlage;
- de akte houdende wijziging van eis, met bijlage;
- de brief van [gedaagde] van 15 mei 2024, met bijlage.
2.De beoordeling
- [gedaagde] te veroordelen aan hem te betalen € 5.849,48, te vermeerderen met € 213,83 per maand vanaf 1 april 2024 tot aan de datum van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf december 2021, dan wel de dag van dagvaarding, tot de dag van algehele voldoening;
- [gedaagde] te veroordelen om met ingang van de datum van het vonnis maandelijks een bedrag van € 213,83 te voldoen aan [eiser] , vermeerderd met de wettelijke indexering, zolang [gedaagde] leeft, dan wel tot aan het moment dat de verdeling van het pensioen is geregeld via het pensioenfonds en [eiser] rechtstreeks wordt uitbetaald door het pensioenfonds;
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.