Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 mei 2024, met bijlagen;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert eiser de terugbetaling van een geldlening van €13.000 die hij in 2022 aan gedaagde heeft verstrekt. Ondanks meerdere verzoeken tot terugbetaling heeft gedaagde niet voldaan aan zijn verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat uit WhatsApp-berichten en e-mailcorrespondentie blijkt dat gedaagde op de hoogte was van zijn betalingsverplichting en dat hij het bedrag binnen zes weken moest terugbetalen.
De kantonrechter wijst de vordering toe en veroordeelt gedaagde tot betaling van het geleende bedrag, de wettelijke rente over de periode van 30 april tot 27 mei 2024, en de buitengerechtelijke incassokosten van €1.095,05. Tevens worden de proceskosten van €1.780,38 aan de zijde van eiser aan gedaagde opgelegd.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eiser direct tot executie kan overgaan. Gedaagde heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze uitvoerbaarheid. Hiermee komt een einde aan het geschil over de terugbetaling van de lening en de bijkomende kosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €13.000 met rente, incassokosten en proceskosten.