Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan tien concurrente schuldeisers, waarbij 4,71% van de totale schuldenlast van €43.061,96 wordt betaald. Negen schuldeisers stemden in, maar één schuldeiser, verweerder, met een vordering van 57,6% van de totale schuld, weigerde in te stemmen. Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om dwangakkoord toe te passen.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel zorgvuldig is getoetst door een onafhankelijke partij en dat het het maximaal haalbare is gezien de financiële situatie van verzoekster, die momenteel een WW-uitkering ontvangt en vrijgesteld is van sollicitatieplicht tot 26 oktober 2024. Verweerder stelde dat verzoekster arbeid verrichtte en niet volledig arbeidsongeschikt zou zijn, maar dit werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster en de negen instemmende schuldeisers zwaarder dan dat van verweerder, mede omdat toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling minder gunstig zou zijn voor de schuldeisers. Daarom wordt verweerder bevolen in te stemmen met het akkoord, het dwangakkoord wordt toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.