Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 juni 2024, met bijlagen en één aanvullende bijlage;
- de producties 1 tot en met 10 van [gedaagde];
- de spreekaantekeningen namens [gedaagde].
Rechtbank Rotterdam
Eisers exploiteerden sinds 1983 een broodjeszaak in een gehuurd pand dat in 2003 eigendom werd van gedaagde. In 2021 sloten partijen een overeenkomst waarbij eiser het pand uiterlijk 1 januari 2022 zou verlaten voor funderingswerkzaamheden, die maximaal 12 maanden zouden duren. Eisers verlieten het pand conform afspraak, maar gedaagde besloot later tot sloop en nieuwbouw vanwege instortingsgevaar.
Eiser vorderde in kort geding terugkeer in het pand in de oorspronkelijke staat, wat werd afgewezen omdat het pand niet meer in oorspronkelijke staat kan worden hersteld. Wel werd vastgesteld dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en de overeenkomst, waardoor eiser schade lijdt.
De kantonrechter kende een voorschot op de schadevergoeding toe van €75.000,-, gelet op het spoedeisend belang van eiser die al 30 maanden zijn onderneming niet kan exploiteren. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard zonder zekerheidstelling. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering tot terugkeer afgewezen, voorschot van €75.000,- op schadevergoeding toegewezen.