Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 januari 2024, met bijlagen;
- de brief van [gedaagde] van 1 februari 2024, met bijlagen;
- de e-mail van Lender van 11 juni 2024, met bijlagen.
2.De feiten
3.Het geschil
- primair [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 4.584,52 en subsidiair € 4.525,48;
- [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen primair de contractuele rente van 7,7% per jaar over de primair gevorderde hoofdsom vanaf de dag na dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening en subsidiair de wettelijke consumentenrente over de subsidiair gevorderde hoofdsom vanaf de dag na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
- [gedaagde] zowel primair als subsidiair te veroordelen tot betaling van het salaris van de gemachtigde ad €264,00;
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.