Uitspraak
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 3 maanden met aftrek van voorarrest, alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging;
- tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/217454-22.
4.Vrijspraak feit 4 (10/070242-23)
5.Bewijswaardering
6.Strafbaarheid feiten
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf en maatregel
acting outvan agressieve impulsen was bij oplopende spanningen in verhoogde mate aanwezig. Het viel de onderzoekers op dat hij zich snel tekortgedaan voelde en van daaruit gekrenkt kon reageren, met name in relaties. In beide zaken werd behandeling en begeleiding geïndiceerd.
9.Vorderingen benadeelde partijen
10.Vordering tenuitvoerlegging
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Bijlagen
13.Beslissing
niet bewezen, dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/070242-23 onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezen, dat de verdachte de in de zaak met parketnummer 10/281359-23 ten laste gelegde feiten, de in de zaak met parketnummer 10/070242-23 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten en het in de zaak met parketnummer 10/235673-24 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;
ter beschikking wordt gesteld;
van overheidswege wordt verpleegd;
€ 1.000,= (zegge: duizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 9 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] te betalen
€ 1.000,=(hoofdsom, zegge:
duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.000,= niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
20 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 511,60 (zegge: vijfhonderdelf euro en zestig eurocent), bestaande uit € 36,60 aan materiële schade en € 475,= aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 2] te betalen
€ 511,60,=(hoofdsom,
zegge: vijfhonderdelf euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 511,60,= niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
10 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van 24 januari 2023 van de politierechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.
[verbalisant 2]te trekken, terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten