Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 augustus 2024 in de zaak tussen
de burgemeester van Rotterdam, de burgemeester
[naam derde-partij]uit [plaatsnaam 2], de verhuurder.
Rechtbank Rotterdam
Op 26 juli 2024 vond een explosie plaats bij de woning van verzoekster, waarbij aanzienlijke schade aan de voordeur ontstond. De burgemeester sloot de woning met spoed voor één maand vanwege ernstige verstoring van de openbare orde en vrees voor herhaling, op grond van artikel 174a van de Gemeentewet.
Verzoekster maakte bezwaar tegen de sluiting en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om weer toegang tot haar woning te krijgen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang omdat zonder voorlopige voorziening de toegang tot de woning ontzegd blijft.
De burgemeester baseerde zijn besluit mede op het strafrechtelijke verleden van de meerderjarige zoon van verzoekster, die als High Impact Target wordt aangemerkt en mogelijk betrokken is bij criminele activiteiten. De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester redelijkerwijs van zijn bevoegdheid gebruik kon maken en dat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende waren.
Hoewel verzoekster stelde dat de sluiting onevenwichtig is en zij geen verwijt treft, vond de voorzieningenrechter dat het algemeen belang bij herstel van de openbare orde zwaarder weegt. De sluiting is bovendien relatief kort. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bevestigde de woningsluiting voor één maand.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en bevestigt de woningsluiting voor één maand wegens ernstige verstoring van de openbare orde.