De vrouw en man hadden een relatie die op 22 mei 2022 eindigde. Over de verdeling van hun gezamenlijke woning werd eerder geprocedeerd, waarbij de vrouw werd bevolen het aandeel van de man over te nemen binnen drie maanden na het verkrijgen van voortgezet woongenot op 23 januari 2024. De man werkte echter onvoldoende mee aan deze overname.
De vrouw startte een nieuw kort geding en eiste dat de man zijn medewerking verleent aan de overname van zijn aandeel en aan de ontslagverklaring uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. De man stelde dat de termijn was verstreken en dat de woning aan een derde moest worden verkocht, en betwistte de taxatiewaarde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de man onvoldoende medewerking had verleend, onder meer door traagheid in communicatie en het aanhouden van de overname tot na het verstrijken van de termijn. De vrouw wordt niet gehouden aan die termijn. De man werd veroordeeld om binnen vijf dagen zijn medewerking te verlenen aan de notariële levering en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid.
Voor het geval de man niet meewerkt, werd de vrouw gemachtigd om namens hem alle noodzakelijke handelingen te verrichten. De eventuele overwaarde van de woning wordt in depot gehouden totdat partijen gezamenlijk beslissen of een onherroepelijke uitspraak is gedaan. De man werd veroordeeld tot betaling van forfaitaire proceskosten wegens zijn vertraging en onvoldoende medewerking.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en alle overige vorderingen werden afgewezen.