ECLI:NL:RBROT:2024:7382

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 augustus 2024
Publicatiedatum
10 augustus 2024
Zaaknummer
10863410 CV EXPL 24-190
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering huurachterstand en kosten woningonderhoud

De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin eiseres vorderde dat gedaagde huurders de huurachterstand, vermeende incassokosten en kosten voor diverse werkzaamheden aan de woning zouden betalen. De huurovereenkomst was beëindigd en de huurders hadden de woning verlaten, maar er resteerde een betalingsachterstand.

De rechtbank stelde vast dat de huurders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een bedrag van € 6.485,37, bestaande uit de huurachterstand en kosten voor werkzaamheden, verminderd met de betaalde waarborgsom. Deze vordering werd toegewezen omdat de huurders het bedrag niet hadden betwist en persoonlijke omstandigheden hen niet ontslaan van hun betalingsverplichting.

De gevorderde incassokosten werden afgewezen omdat de vereiste veertiendagenbrief, die de huurders de kans geeft om zonder extra kosten te betalen, niet aan de wettelijke eisen voldeed. De wettelijke rente werd toegewezen omdat deze voldoende was onderbouwd en niet betwist.

Daarnaast werden de huurders hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 1.191,57. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: Huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, kosten werkzaamheden en proceskosten, incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10863410 CV EXPL 24-190
datum uitspraak: 16 augustus 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: Schiedam,
eiseres,
gemachtigde: [persoon A] ,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],
woonplaats: Schiedam,
gedaagden,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde 1] c.s.’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 27 december 2023, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de akte van [eiseres] ;
  • het proces-verbaal van de zitting van 1 juli 2024.
1.2.
Op 1 juli 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [eiseres] met haar gemachtigde aanwezig. Omdat [gedaagde 1] c.s. verhinderd waren om op de zitting te verschijnen, zijn zij nog in de gelegenheid gesteld te reageren op dat wat op de zitting is besproken. Van die mogelijkheid hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde 1] c.s. huurden vanaf 15 mei 2023 de woning aan de [adres] in Schiedam van [eiseres] . De huurovereenkomst is beëindigd en [gedaagde 1] c.s. hebben op 26 januari 2024 de woning verlaten. Er is echter nog een betalingsachterstand, waaronder de huur. [eiseres] eist dat [gedaagde 1] c.s. die achterstand met rente en incassokosten betalen. De vordering wordt toegewezen, behalve de incassokosten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Betalingsachterstand
2.2.
[gedaagde 1] c.s. worden hoofdelijk veroordeeld om € 6.485,37 te betalen. [eiseres] heeft uitgelegd en onderbouwd dat de huurachterstand € 6.750,- is en dat zij voor € 1.085,37 diverse werkzaamheden heeft moeten laten uitvoeren aan de woning. Omdat [gedaagde 1] c.s. een waarborgsom van € 1.350,- hebben betaald, moet dat bedrag in mindering worden gebracht, zodat € 6.485,37 resteert. [gedaagde 1] c.s. hebben dit bedrag niet weersproken, zodat het wordt toegewezen. Eventuele persoonlijke en financiële omstandigheden, hoe vervelend ook, liggen in hun risicosfeer en ontslaan hen niet van hun betalingsverplichting(en).
Incassokosten
2.3.
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. [eiseres] heeft pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin [gedaagde 1] c.s. de kans hebben gekregen om binnen de in de wet genoemde termijn alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek). De brief die is gestuurd, voldoet niet aan deze voorwaarde.
Rente
2.4.
De wettelijke rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde 1] c.s. dat niet hebben betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde 1] c.s. aan [eiseres] moeten betalen de rente van € 60,80 die [eiseres] heeft berekend tot en met 27 december 2023.
Ambtshalve toetsing
2.5.
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst. Ook is onderzocht of een deel van de eis moet worden afgewezen omdat [gedaagde 1] c.s. onvoldoende of onjuiste informatie hebben gekregen. Dat is niet het geval.
Proceskosten
2.6.
[gedaagde 1] c.s. worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiseres] op € 130,57 aan dagvaardingskosten, € 248,- aan griffierecht, € 678,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.191,57. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde 1] c.s. daar niet op hebben gereageerd (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen
€ 6.546,17 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 6.485,37 vanaf 27 december 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.191,57;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954