ECLI:NL:RBROT:2024:7351
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering Rabobank tot betaling wegens overschrijding geoorloofde debetstand
In deze civiele verstekzaak vordert Coöperatieve Rabobank U.A. betaling van een bedrag van €534,77 wegens een overschrijding van de geoorloofde debetstand op de betaalrekening van de gedaagde. De gedaagde had in 2020 een kredietovereenkomst gesloten waarbij zij maximaal €500 rood mocht staan, mits het saldo elke drie maanden positief werd. De gedaagde stond langer dan drie maanden rood, waarna Rabobank de overeenkomst opzegde en betaling opeiste.
De kantonrechter toetste ambtshalve of Rabobank aan haar informatieverplichtingen had voldaan en of een kredietwaardigheidstoets was uitgevoerd. Hoewel de informatie over het herroepingsrecht niet duidelijk en beknopt in de overeenkomst was opgenomen, werd dit gecompenseerd door duidelijke informatie in het Europese standaardformulier. De kredietwaardigheidstoets was adequaat uitgevoerd via BKR, Incidentenregister en inkomenscontrole.
Er werden geen oneerlijke bepalingen aangetroffen die relevant waren voor de zaak. De kantonrechter oordeelde dat de vordering niet ongegrond of onrechtmatig was en wees de eis toe. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het bedrag met wettelijke rente en de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €534,77 met rente en proceskosten.