Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest.
- mocht de rechtbank het jeugdstrafrecht toepassen, vordert de officier van justitie jeugddetentie voor de duur van 285 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 240 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door Fivoor, met uitzondering van de geadviseerde begeleiding door een coach van E25, met opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden, een en ander in combinatie met een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende jeugddetentie.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod
2. het wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;