ECLI:NL:RBROT:2024:7230
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wegens ontbreken doelgroep
Verzoekster, samen met haar drie minderjarige kinderen, heeft een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang in Rotterdam nadat zij in juli 2024 terugkeerde uit Frankrijk. Het college van burgemeester en wethouders wees deze aanvraag af omdat verzoekster niet voldeed aan de voorwaarden van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en in staat werd geacht zich op eigen kracht te handhaven.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake was van een spoedeisend belang vanwege het ontbreken van een vaste verblijfplaats, maar dat verzoekster niet zelfredzaam is in de zin van de Wmo. Uit het gesprek bleek dat haar probleem primair een huisvestingsprobleem betreft en dat zij geen lichamelijke of verslavingsproblemen heeft, en zij kan gebruik maken van reguliere voorzieningen en hulpinstanties.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoekster niet tot de doelgroep voor maatschappelijke opvang behoort, omdat maatschappelijke opvang is bedoeld voor personen die niet zelfredzaam zijn en een hulptraject nodig hebben. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak is bindend voor de voorlopige procedure en staat geen hoger beroep toe.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat verzoekster niet tot de doelgroep behoort.